Vragenlijsten paniekstoornis
De Body Sensation Questionnaire (BSQ; Chambless, Caputo, Bright & Callanger, 1984) is het meetinstrument bij uitstek wanneer men somatische aspecten van angst wil meten. Deze vragenlijst bestaat uit 17 items en meet de angst voor verschillende lichamelijke sensaties, die kunnen optreden tijdens angst of een paniekaanval. De BSQ is een unidimensionele schaal met een goede interne consistentie (Arrindell, 1993).
De Agoraphobic Cognition Questionnaire (ACQ; Chambless, Caputo, Bright & Callanger, 1984) is met name geschikt voor het meten van de cognitieve dimensie van paniek. De ACQ bestaat uit 14 items die de catastrofale cognities van de respondent tijdens een angst of paniekaanval inventariseert. Aangegeven wordt hoe vaak een cognitie voorkomt wanneer iemand angstig is. De ACQ bestaat uit twee dimensies: sociaal, gedragsmatige bezorgdheid en fysieke bezorgdheid. Deze structuur wordt ook in Nederlandse populatie terug gevonden (Arrindell, 1993).
De Mobility Inventory (MI; Chambless, Caputo, Jansin, Gracely & Williams, 1985).
Met deze vragenlijst wordt het vermijdingsgedrag van patiënten gemeten, zowel alleen als in gezelschap van anderen.
De Fear Survey Schedule (FSS, Wolpe & Lang, 1964; Arrindell, 1980) bestaat uit 76 items en beschrijft verschillende fobische klachten. De FSS bestaat uit vijf subschalen: sociale fobie, agorafobie, ziektevrees, angstige beelden over seks en agressie, en vrees voor levende organismen. Deze subschalen werden ook in de Nederlandse populatie worden gevonden (Arrindell et al., 1984). De FSS is geschikt om bij een respondent de diversiteit en ernst van fobische klachten in kaart te brengen.
De Fear Questionnaire (FQ; Marks & Mathews, 1979) bestaat uit 21 vragen: een vraag naar de belangrijkste fobie, drie subschalen (agorafobie, sociale fobie en bloedfobie) bestaande uit 15 vragen over vermijding en nog vijf vragen over angst en depressie. In de Nederlandse populatie werd met de FQ een voldoende betrouwbaarheid en begripsvaliditeit gevonden (Arrindell, 1984). Het voordeel van deze veelgebruikte lijst is dat snel de ernst van de klinische belangrijkste fobieën (agorafobie, sociale fobie en bloed- ziekenhuisfobie) gemeten wordt.



