Instrumenten posttraumatische stressstoornis PTSS
Bij een posttraumatische stressstoornis wordt gesproken over de gevolgen van een ingrijpende gebeurtenis, waarin betrokkene met de dood of ernstig letsel is bedreigd of de lichamelijke integriteit is bedreigd. Het betreft situaties als: bankovervallen met geweld, de confrontatie met iemand die ernstig gewond is of gedood, verkrachtingen, overstromingen, etc. Bij PTSS moet er sprake zijn van herbelevingen bijvoorbeeld in de vorm van terugkerende, beangstigende dromen of herinneringen met betrekking tot het trauma. Hiernaast komt eveneens vermijding van stimuli voor die in verband staan met het trauma of een verdoving van de algemene responsiviteit. Ten slotte zijn er langdurige symptomen van toegenomen spanning of opwinding, die niet aanwezig waren voor het trauma (zoals prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen, overdreven schrikreacties, zich moeilijk kunnen concentreren). Hoeveel mensen in de open bevolking aan PTSS lijden is niet precies bekend. De meeste cijfers hebben betrekking op personen die een beroep hebben gedaan op de hulpverlening. In een van de weinige bevolkingstudies in de VS bleek PTSS bij 1 procent aanwezig. Van de burgers die slachtoffer waren van fysiek geweld leed 4 à 5 procent aan PTSS. Van Vietnam veteranen die verwondingen hadden opgelopen leed 20 procent aan PTSS. Interpersoonlijke beperkingen (bijvoorbeeld wantrouwen naar anderen of sociaal isolement) en problemen in de beroepssfeer komen relatief het meest frequent voor. Problemen in de beroepssfeer zijn vooral te verwachten als blootstelling aan het trauma in het kader van het werk plaatsvond (wat niet zelden het geval is).



