Familieleden en vrienden
Alle richtlijnen raden aan het naaste netwerk van de patiënt, indien enigszins mogelijk, te betrekken bij de behandeling van suïcidale patiënten. Mogelijk wil de patiënt echter niet dat de familie op de hoogte wordt gesteld van zijn of haar suïcidale gedachten. Indien de veiligheid van de patiënt in gevaar komt, moet de geheimhoudingsplicht doorbroken worden.
Verder schrijven veel richtlijnen voor dat de patiënt en zijn of haar familieleden psycho-educatie moeten krijgen over behandeling en suïcidaliteit, zoals waarschuwingssignalen van suïcide en stemmingsveranderingen, het verhoogde risico tijdens verlof of na ontslag, de noodzaak van medicatie en therapietrouw en de invloed van een psychiatrische aandoening op het beoordelingsvermogen. Ook moeten ze ingelicht worden dat het verwijderen van middelen tot suïcide effectief kan zijn en dat alcohol- en drugsgebruik het suïciderisico kan verhogen. Daarbij zou de familie ingelicht moeten worden dat de patiënt suïcidaal kan worden wanneer hij of zij juist opknapt van de depressie.
Verder moeten de patiënt en de familie instructies krijgen over de bereikbaarheid van de hulpverlening en welke stappen er ondernomen moeten worden bij bezorgdheid.



