Diagnostische instrumenten
(semi) gestructureerde diagnostische interviews
Diagnostic Interview Schedule (Dis, Helzer & Robins, 1988).
De DIS is een sterk gestructureerd interview, bedoeld voor gebruik door zowel deskundigen op het gebied van psychopathologie als getrainde leken. De meest recente versie is de DIS-IV, afgestemd op de criteria volgens de DSM-IV. De DIS-IV bestaat uit bijna 500 vragen. Alle items worden gescoord op klinische relevantie en mogelijke etiologie. De klinische relevantie wordt gescoord op een 5-puntsschaal (1 = geen symptomen, 5 = zeer ernstig). Alle vragen moeten letterlijk worden voorgelezen; de DIS geeft in dit opzicht geen ruimte voor eigen initiatieven van de gespreksleider. De afname van de DIS kost erg veel tijd, zeker als de ondervraagde een of meer psychische stoornissen meldt. De DIS is voornamelijk geschikt voor onderzoeksdoeleinden.
De 'Structured Clinical Interview for DSM-IV Axis I Disorders' (SCID-I, First et al., 1996) is een semi-gestructureerd klinisch interview voor de classificatie van psychische stoornissen op As I (dus de klinische syndromen) van de DSM-IV. Van dit interview is een Nederlandse bewerking op de markt (Van Groenestijn et al., 1999). Het interview moet worden afgenomen door getrainde interviewers. De ontwikkeling van de SCID begon na de publicatie van de DSM-III (APA, 1980) en bij iedere nieuwe versie van de DSM werd ook de SCID aangepast. De SCID bestaat in verschillende versies: een research versie (die weer verschillende varianten kent) en een klinische versie. De research versie is het meest uitgebreid; hiervan bestaat een ‘patiëntversie’, bedoeld voor personen die zeker lijden aan een psychische stoornis, en een ‘niet-patiënt versie’, voor personen van wie het op voorhand niet duidelijk is of ze lijden aan een dergelijke stoornis (bijvoorbeeld voor epidemiologisch onderzoek in de normale populatie).
De research versies van de SCID bestaan uit tien modules, te weten: stemmingsepisodes; psychotische en aanverwante symptomen; psychotische stoornissen; stemmingsstoornissen; middelengebruik; angststoornissen; somatoforme stoornissen; eetstoornissen; aanpassingsstoornissen en facultatieve stoornissen (zoals bijvoorbeeld acute stressstoornis of hypomane episode). De vragen die betrekking hebben op de criteria van het betreffende klinische syndroom worden gescoord van 1 tot 3 op aanwezigheid van het symptoom of een ? voor ontbrekende of onduidelijke informatie. Aan het eind van het interview worden de scores opgeteld voor de uiteindelijke classificatie. De SCID-I kan in het algemeen in één tot anderhalf uur worden afgenomen.
De interviewer wordt aangemoedigd om naast de antwoorden op de vragen ook gebruik te maken van andere bronnen van informatie, zoals observatie van het gedrag van de geïnterviewde, informatie uit dossiers of informatie van derden. De klinische versie van de SCID-I is een verkort interview, waarbij alleen de meest voorkomende diagnoses worden uitgevraagd; subtypes worden daarbij niet onderscheiden. De klinische versie wordt bijvoorbeeld gebruikt in intakeprocedures of ter bevestiging van het vermoeden van een bepaalde diagnose. De SCID-I is een frequent gebruikt interview in talrijke research studies, en psychometrisch onderzoek laat zien dat er een bevredigende inter-rater betrouwbaarheid is te bereiken (Williams et al., 1992), mits de interviewers goed getraind zijn. De SCID kent een paar beperkingen: de sterke gebondenheid aan de DSM-IV classificatie wordt door sommige diagnostici als te beperkend en te weinig dimensioneel ervaren, en daarnaast zijn enkele psychische stoornissen niet in het interview opgenomen.
Het Anxiety Disorders Interview Schedule (ADIS, Di Nardo, 1988) is een gestructureerd interview dat in eerste instantie werd ontwikkeld voor de diagnostiek van angststoornissen volgens de DSM-criteria; met elke nieuwe DSM-editie wordt ook een nieuwe editie van de ADIS ontwikkeld. Er is een Nederlandse versie van de ADIS-III-R (De Ruiter, Bouman & Hoogduin, 1993), gebaseerd op de DSM-III-R. De Nederlandse ADIS-IV is in voorbereiding. De ADIS-III-R heeft, naast specifieke vragen over de verschillende angststoornissen, ook onderdelen waarbij depressieve klachten, somatoforme stoornissen, psychotische verschijnselen en middelengebruik worden uitgevraagd.
Het interview kan in globaal een uur worden afgenomen; bij elke stoornis wordt alleen doorgevraagd als daartoe na de eerste open vragen aanleiding blijkt te zijn. Het interview begint met algemene vragen over het functioneren. Di Nardo et al. (1988) vonden een redelijke inter-rater betrouwbaarheid en Bouman en De Ruiter (1991) vonden een redelijke convergente validiteit met een zelfbeoordelingsvragenlijst. De ADIS is goed te gebruiken wanneer men op klinische gronden al meent dat er van een angststoornis sprake is en is minder tijdrovend dan DIS of SCID.
Het Mini-International Neuropsychiatric Interview (MINI, Sheenan et al., 1998) is ontwikkeld als een beknopt gestructureerd interview voor de belangrijkste As-I psychiatrische aandoeningen volgens de DSM-IV en ICD-10. De MINI kan in ongeveer 15 tot 30 minuten worden afgenomen. De MINI Plus is een meer gedetailleerde versie van de MINI. Er is van de MINI (plus) een Nederlandse versie beschikbaar. D. Sheehan et al. (1998) vermelden goede psychometrische eigenschappen voor onder andere de diagnostiek van angststoornissen. De Nederlandse versie is nog niet onderzocht op psychometrische eigenschappen. De MINI kan gebruikt worden als aanvulling op de klinische diagnostiek.
Het Composite International Diagnostic Interview (CIDI, versie 2.1, WHO,1997) is een uitgebreid diagnostisch interview dat voor Nederland is vertaald en bewerkt door ter Smitten et al (1998). Het instrument beoogt het vaststellen van diagnoses volgens het ICD-10 en het DSM-IV systeem. Het interview is ontworpen om gebruikt te worden in verschillende culturen en in verschillende situaties, zowel in epidemiologisch onderzoek als hulpmiddel bij klinische problemen. Het is verkrijgbaar in een lifetime versie en in een versie betreffende het laatste jaar. Naast de papieren uitgave bestaat ook een geautomatiseerde versie (CIDI-Auto). De versie 2.1 omvat 17 diagnostische gebieden. Het interview duurt gemiddeld 75 minuten. Voor gebruik van de CIDI dient een training gevolgd te worden. De vragen worden op een gestandaardiseerde manier afgenomen.
‘Bron': Multidisciplinaire richtlijn angststoornissen, 2003



