Diagnostiek depressieve stoornis eenmalige episode
A. De aanwezigheid van een eenmalig depressieve episode.
B. De depressieve episode is niet eerder toe te schrijven aan een ‘schizoaffectieve stoornis’ en is niet gesuperponeerd op ‘schizofrenie’, ‘schizofreniforme stoornis’, ‘waanstoornis’ of ‘psychotische stoornis NAO’.
C. Er is nooit een manische episode, een gemengde episode of een hypomane episode geweest. N.B.: Deze uitsluiting kan niet worden gebruikt als alle manische, gemengde of hypomane episodes zijn veroorzaakt door middelen of behandeling of het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een somatische aandoening.



