Diagnostiek cyclothyme stoornis
A. Gedurende ten minste twee jaar zijn er talrijke periodes met hypomane symptomen en talrijke periodes met depressieve symptomen aanwezig niet voldoen aan de criteria van een depressieve episode. N.B.: Bij kinderen en adolescenten moet de duur ten minste één jaar zijn.
B. Gedurende de bovengenoemde periode van twee jaar (één jaar bij kinderen en adolescenten) is betrokkene nooit langer dan twee maanden achter elkaar zonder de symptomen van A geweest.
C. Er is in de eerste twee jaar van de stoornis geen depressieve episode, manische episode of gemengde episode geweest. N.B.: Na de eerste twee jaar (één jaar bij kinderen en adolescenten) van een cyclothyme stoornis kan er hierop een manische of gemengde episode gesuperponeerd zijn (in welk geval zowel ‘bipolaire I stoornis’ als ‘cyclothyme stoornis’ gediagnosticeerd kan worden) of depressieve episodes (in welk geval zowel ‘bipolaire II stoornis’ als ‘cyclothyme stoornis’ gediagnosticeerd kan worden).
D. De symptomen in criterium A zijn niet eerder toe te schrijven aan een ‘schizoaffectieve stoornis’, en zijn niet gesuperponeerd op ‘schizofrenie’, ‘schizofreniforme stoornis’, ‘waanstoornis’ of ‘psychotische stoornis NAO’.
E. De symptomen zijn niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld hyperthyreoïdie).
F. De symptomen veroorzaken in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.



