Psychologische behandeling van PS

Paniekmanagement
Paniekmanagement is een vorm van cognitieve-gedragstherapie. Bij cognitieve gedragstherapie leert u door anders te denken (cognitief) en te doen (gedrag) de angsten te hanteren. Paniekmanagement bestaat uit verschillende elementen. Uw behandelaar, meestal een psycholoog of psychotherapeut, kijkt welke elementen u het beste kunnen helpen. Meestal begint u met het leren van ontspannings- en ademhalingsoefeningen. Hiermee krijgt u meer controle over de paniekaanvallen. Ook zal er aandacht zijn voor de wijze waarop u bepaalde lichamelijke klachten interpreteert (bijv. hartkloppingen). Samen met uw behandelaar gaat u kijken of uw angstige gedachten (bijv. ik krijg een hartinfarct) kloppen. Vervolgens wordt gekeken of een andere interpretatie beter past (bijv. "het feit dat mijn hart te keer gaat betekent dat ik erg gespannen ben, er is verder niets ernstigs aan de hand"). Daarnaast kan het zijn dat u oefeningen krijgt, waarbij u stapsgewijs bepaalde lichamelijke reacties opwekt, die lijken op de klachten passend bij een paniekaanval. U leert daardoor om minder schrikachtig op lichamelijke reacties te reageren en weer meer vertrouwen in uw lichaam te krijgen. Ongeveer 75% van de mensen die last hebben van een paniekstoornis heeft baat bij deze behandeling. Voorwaarde voor het slagen van de behandeling is dat u zich inzet voor het huiswerk, dat aan de behandeling verbonden is. U zult dagelijks huiswerkopdrachten moeten doen. Na acht zittingen wordt gekeken, of de behandeling effect heeft. Afhankelijk van de uitkomst wordt gekeken of het nodig is om de behandeling nog enkele zittingen voort te zetten. In dat geval wordt er na acht zittingen opnieuw geëvalueerd hoe het met uw klachten gaat. Als na de eerste acht zittingen blijkt dat u geen baat heeft bij de behandeling, wordt samen met u gekeken welke behandeling beter geschikt is.

Exposure in vivo
"Exposure in vivo" is een vorm van gedragstherapie. "Exposure" betekent "blootstellen". Met “In vivo” wordt bedoeld: "in het dagelijks leven". Vanwege uw angst kunt u bepaalde situaties gaan vermijden. Dit lijkt heel logisch, niemand wil zich rot voelen. In het begin had u hier baat bij, u kreeg hierdoor waarschijnlijk minder last van de paniekaanvallen. Echter, op termijn werkt het in uw nadeel. Er is bekend dat angst, door angstopwekkende situaties te vermijden, blijft bestaan en in veel gevallen zelfs erger wordt. Het gevaar is dat u steeds meer in uw dagelijkse functioneren beperkt wordt. Het doel van exposure in vivo is om dit patroon te doorbreken. U zult leren hoe u het beste met de angst om kunt gaan. Uw behandelaar, meestal een psycholoog of psychotherapeut, zal u daarin begeleiden. In sommige gevallen wordt u daarnaast bijgestaan door een verpleegkundige. Het is de bedoeling dat u zich geleidelijk aan bepaalde angstopwekkende situaties blootstelt, door deze situaties op te zoeken. U zult met eenvoudige situaties beginnen, om daarna geleidelijk steeds moeilijkere situaties op te zoeken. U bepaald zelf het tempo. Exposure in vivo wordt meestal acht tot zestien zittingen toegepast. Ongeveer 75% van de mensen heeft baat bij deze behandeling. Een voorwaarde voor het slagen van de behandeling is dat u veel oefent. Voor een goed resultaat wordt aangeraden om dagelijks een uur te oefenen. Uw behandelaar zal met u kijken wat voor u de beste manier om te oefenen is. Bekend is dat als u zich op deze manier aan situaties blootstelt, de angst geleidelijk aan minder wordt.

Onze partners Nederlandse Studie naar Depressie en AngstNedKAD Silhouet