Psychologische behandeling van OCS

Exposure in vivo met responspreventie
"Exposure in vivo met responspreventie" is een vorm van gedragstherapie, dat wil zeggen dat het richt zich op het veranderen van wat u doet. "Exposure" betekent "blootstellen". “In vivo” betekent: "in de dagelijkse praktijk". “Responspreventie” gaat over het stoppen van uitvoeren van de dwanghandelingen. Mensen met een obsessieve-compulsieve stoornis proberen hun dwanggedachten vaak te onderdrukken en gaan situaties die de dwanggedachten zouden kunnen uitlokken het liefst zoveel mogelijk uit de weg. De dwanghandelingen zijn ook een manier om de spanning, angst of onrust kwijt te raken. Het uitvoeren van dergelijke handelingen biedt in het begin verlichting. Het probleem is echter, dat de angst daardoor juist blijft bestaan en in sommige gevallen zelfs erger wordt. Het gevaar is dat u steeds meer tijd kwijt bent aan het uitvoeren van dwanghandelingen en dat u daardoor steeds meer in uw functioneren beperkt wordt.

Het doel van exposure in vivo met responspreventie is dit patroon te doorbreken. U zult leren hoe u het beste met angst om kan gaan. Het is de bedoeling dat u zich geleidelijk aan blootstelt aan datgene wat u gespannen maakt of die situaties opzoekt waar u dwanghandelingen uitvoert (exposure), nu echter zonder dat u de bijbehorende dwanghandelingen uitvoert (responspreventie). U zult met relatief eenvoudige situaties beginnen, om daarna geleidelijk steeds moeilijkere situaties op te zoeken. U bepaald daarbij zelf het tempo. Ongeveer 75% van de mensen merkt een duidelijk resultaat bij deze behandeling. Een voorwaarde voor het slagen van de behandeling is dat u veel oefent. Het beste is om dagelijks te oefenen. De behandelaar zal met u kijken wat haalbaar is en samen met u een oefenprogramma opstellen. Bekend is dat als u zich op deze manier aan situaties blootstelt, de angst geleidelijk aan minder wordt. Na tien tot twintig zittingen wordt gekeken of de behandeling resultaat heeft. Afhankelijk van de uitkomst wordt besloten om te stoppen of om de behandeling aan te vullen met tien zittingen cognitieve therapie. Na een behandeling van totaal dertig zittingen wordt dan opnieuw naar het resultaat gekeken.

Cognitieve therapie
Aanvullend kan er naast 'exposure in vivo met responspreventie' ook cognitieve therapie geboden worden. Cognitieve therapie richt zich op het veranderen van uw angstige gedachten (cognities). U zult merken dat als u in staat bent om uw gedachten of denkpatronen te veranderen, u beter met de angst kunt omgaan. De behandelaar zal u helpen om de gedachten op te sporen die u zo gespannen maken (bijv. "Ik heb de deur niet op slot gedaan, mijn huis zal worden leeggeroofd"). Vervolgens wordt gekeken of deze gedachten wel waar of handig zijn. U zult leren om de juiste vragen te stellen om te kijken hoe waarschijnlijk het is dat er gebeurt waar u bang voor bent (bijvoorbeeld: Ben ik wel eens eerder vergeten om de deur op slot te doen? of: Als ik vergeten ben om de deur op slot te doen betekent dat ook automatisch dat mijn huis leeggeroofd zal worden?). Als u tot de conclusie komt dat de gedachte onjuist of onhandig is, wordt gekeken of u een andere gedachte kunt bedenken die minder angstig maakt.

Binnen cognitieve therapie is er ook vaak aandacht voor de neiging van veel mensen met een dwangstoornis om zich oververantwoordelijk te voelen, hoge eisen aan zichzelf te stellen en de behoefte te hebben om alles onder controle te houden. Voor het goed laten slagen van de behandeling met cognitieve therapie is het noodzakelijk dat u huiswerk maakt. Zo zult u bijvoorbeeld gedachtendagboekjes moeten bijhouden van situaties waarin u zich angstig voelde en de gedachten die daarbij hoorden uitwerken. Ook is het mogelijk dat u specifieke opdrachten krijgt waarbij u gaat onderzoeken of bepaalde gedachten en ideeën kloppen. Cognitieve therapie wordt voor de duur van tien zittingen gegeven, waarna het resultaat van deze behandeling bekeken wordt.

Onze partners Nederlandse Studie naar Depressie en AngstNedKAD Silhouet