Behandeling met medicijnen bij GAS

In de hersenen zijn verschillende stoffen actief om ervoor te zorgen dat de verschillende delen van onze hersenen goed met elkaar communiceren. Deze stoffen worden ook wel ‘neurotransmitters’ of ‘boodschapperstoffen’ genoemd. Neurotransmitters die belangrijk zijn bij het regelen van gevoelens als angst en somberheid zijn serotonine, noradrenaline en GABA (gamma-aminoboterzuur). Bij de gegeneraliseerde angststoornis zijn er aanwijzingen dat er sprake is van een verstoord evenwicht van deze stoffen in de zenuwcellen. Er zijn diverse medicijnen die ervoor zorgen dat de werking van deze stoffen weer in balans komt. Medicijnen worden voorgeschreven door een huisarts of psychiater.

Er zijn drie soorten medicijnen waarmee men volgens de richtlijn bij de gegeneraliseerde angststoornis kan beginnen. Deze drie soorten medicijnen zijn allen even effectief tegen de angstklachten en zijn niet verslavend. Wel kunnen er verschillen zijn in de aard van de bijwerkingen en of de medicijnen ook bij andere psychische klachten (bijvoorbeeld depressie) werken. Uw arts zal u hierover uitleg geven als hij/zij u adviseert welk soort medicijn het best bij uw situatie past. De drie soorten medicijnen worden hieronder besproken.

SSRI’s
De meest gebruikte medicijnen bij de behandeling van gegeneraliseerde angststoornis zijn medicijnen uit de groep van de SSRI’s (selectieve serotonine heropname remmers). SSRI’s behoren tot een groep medicijnen die ‘antidepressiva’ genoemd worden. Deze naam is een beetje verwarrend, omdat deze middelen net zo sterk tegen angstklachten als tegen depressieve klachten werken. De SSRI’s herstellen een normale activiteit van de neurotransmitter serotonine in de hersenen. Hoewel nog niet heel precies bekend is hoe deze medicijnen werken, wordt aangenomen dat door deze medicijnen de zenuwcellen die serotonine gebruiken minder overprikkeld raken waardoor de angst kan afnemen. De volgende medicijnen behoren tot de groep van de SSRI’s:



Stofnamen Merknamen 
Paroxentine
Citalopram
Sertraline
Fluoxetine
Fluvoxamine
Seroxat
Cipramil
Zoloft
Prozac
Fevarin

Paroxetine (Seroxat) is het beste onderzocht bij gegeneraliseerde angststoornis. Dit is de reden dat de arts meestal zal kiezen voor paroxetine, hoewel de andere SSRI’s vermoedelijk even goed bij deze klachten werken. Ongeveer 70% van de mensen heeft baat bij paroxetine.
De SSRI’s worden door de meeste mensen goed verdragen. Toch kunnen er met name in het begin bijwerkingen optreden. In de eerste weken kan er sprake zijn van misselijkheid, slecht slapen en sufheid of juist rusteloosheid. Deze klachten verdwijnen meestal binnen enkele weken.

Klachten die als gevolg van een SSRI op zouden kunnen treden en die meestal niet minder worden als men de SSRI langer gebruikt zijn veranderingen van de eetlust, een vertraagde of versnelde stoelgang, hoofdpijn en seksuele problemen (zoals minder zin in seks hebben, problemen met het krijgen van een erectie of het vochtig worden van de vagina en moeilijker klaarkomen). Indien u last van deze bijwerkingen heeft, bespreek dit dan met uw arts. Deze kan dan kijken wat eraan gedaan kan worden en of bijvoorbeeld de dosering verlaagd kan worden waardoor de bijwerking kan verminderen.

De SSRI’s zijn niet verslavend. Wel kunnen er zogenaamde ‘onttrekkingsverschijnselen’ optreden als de medicijnen te snel worden afgebouwd. Het kan daarbij vooral gaan om duizeligheid, trillen en slecht slapen. Het is dan ook niet goed om in één keer met de medicijnen te stoppen; overlegt u hierover altijd met uw arts. De meeste mensen hebben geen last van onttrekkingsverschijnselen als de medicijnen langzaam worden afgebouwd.

De medicatie wordt langzaam, meestal in een periode van twee weken opgebouwd. De streefdosering van paroxetine is 20 mg per dag. SSRI’s werken niet direct. Het duurt een aantal weken voordat de angst gaat verminderen. Hoewel u in de eerste weken soms al een beetje kunt merken dat de angst minder wordt, is bij de meeste mensen pas na zes weken gebruik van de streefdosering duidelijk of het medicijn effect heeft op de angstklachten. Indien er voldoende effect is, zal de arts u adviseren om tenminste een half tot een heel jaar met de medicijnen door te gaan. Dit is nodig omdat als u te vroeg stopt, de klachten terug kunnen komen. Soms zal de arts u adviseren om langer dan een jaar met de medicijnen door te gaan.

Indien er na zes weken gebruik van de streefdosering onvoldoende effect is, zal de arts meestal voorstellen om de dosering stapsgewijs te verhogen. Na iedere verhoging moet steeds weer vier tot zes weken worden afgewacht wat het effect van de dosisverhoging is. Indien u het medicijn niet goed verdraagt of als u na zes weken geen enkel effect bemerkte dan zal de arts geen dosisverhoging voorstellen, maar voorstellen om een ander medicijn te gaan gebruiken waarvan u naar verwachting minder last zult hebben.

Venlafaxine (Efexor)
Een ander medicijn waar de behandeling van gegeneraliseerde angststoornis mee kan beginnen is venlafaxine (merknaam Efexor). Dit medicijn werkt net als de SSRI’s door het herstellen van een evenwichtige werking van de neurotransmitter serotonine. Hiernaast beïnvloedt het ook de neurotransmitter noradrenaline. Het wordt daarom ook wel een antidepressivum met een dubbele werking genoemd. Het is overigens niet zo dat dit medicijn hierdoor ‘dubbel zo sterk’ werkt. Het is meer zo dat bij de ene mens het ene soort medicijn beter werkt en bij de andere een ander soort medicijn. Helaas kunnen we van tevoren nog niet voorspellen voor wie welk medicijn het beste is. Als iemand bijvoorbeeld geen effect had bij gebruik van een SSRI, kan het goed zijn dat hij/zij dit bij venlafaxine wel heeft (en omgekeerd). Ongeveer 70% van de mensen met een gegeneraliseerde angststoornis heeft baat bij venlafaxine. De bijwerkingen zijn globaal hetzelfde als bij de SSRI’s.

Venlafaxine kan gestart worden in een dosering van 75 mg per dag. Deze dosering is voor de meeste mensen voldoende. Deze dosering hoeft dus niet langzaam opgestart te worden, u start dus gelijk met de streefdosering. Als er na vier weken nog geen effect is, zal de dosering verder worden verhoogd. Zes weken nadat u met de medicatie bent begonnen, zal de arts met u kijken of er voldoende effect is. Indien er voldoende effect is, is het de bedoeling dat u tenminste een half tot een heel jaar met de medicatie doorgaat. Indien u eerder met de medicatie stopt, is er kans dat de klachten weer terugkomen. Als er geen effect is zal er meestal overgestapt worden op andere medicatie. Als er wel enig effect is, maar onvoldoende, dan zal -indien u de medicatie goed verdraagt- de medicatie stapsgewijs verhoogd worden.

Buspiron (Buspar)
Net als bij de SSRI's beïnvloedt buspiron de werking van serotonine in de hersenen. Dit gebeurt echter via een ander werkingsmechanisme dan bij de SSRI's. Een ander verschil met de SSRI's is dat buspiron alleen werkzaam is tegen angstklachten en niet tegen depressieve klachten. De bijwerkingen komen overeen met die van de SSRI's. Buspiron wordt meestal gestart op een dosering van 15 mg per dag en daarna verhoogd naar de streefdosering van 30 mg per dag. Zes weken nadat u met de medicatie bent begonnen, zal de arts met u kijken of er voldoende effect is. Indien er voldoende effect is, is het de bedoeling dat u tenminste een half tot een heel jaar met de medicatie doorgaat. Ook hier geldt weer, dat indien u eerder met de medicatie stopt, er kans is dat de klachten weer terugkomen. Als er geen effect is wordt er meestal overgestapt op andere medicatie. Als er wel enig effect is, maar onvoldoende, dan zal -mits u de medicatie goed verdraagt- de dosering stapsgewijs verhoogd worden.

Overige medicijnen bij angstklachten: benzodiazepinen
Benzodiazepinen zijn kalmerende medicijnen. Zij verminderen angst en onrust, maar ook veel lichamelijke klachten die het gevolg zijn van angst. Voorbeelden van benzodiazepinen zijn: oxazepam (merknaam: Seresta), diazepam (merknaam: Valium) en alprazolam (merknaam: Xanax). Deze medicijnen werken via de boodschapperstof GABA (gamma-aminoboterzuur) die een angstdempende werking in de hersenen heeft. Omdat benzodiazepinen in tegenstelling tot de antidepressiva en buspiron verslavend kunnen zijn, zijn deze middelen in de richtlijn geen eerste keuze. Deze middelen zijn echter heel geschikt om kortdurend te gebruiken, omdat de angstklachten direct verminderen. Er hoeft dus niet een aantal weken te worden gewacht voordat het effect merkbaar is. Indien u met een antidepressivum gaat starten en uw angstklachten moeilijk hanteerbaar zijn, kan de arts u voorstellen om in de eerste weken van het instellen op deze medicatie hiernaast tijdelijk een benzodiazepine te gebruiken. De benzodiazepine zorgt dan dat de angst verminderd in de tijd dat het antidepressivum nog niet voldoende werkt. Benzodiazepinen kunnen als bijwerking sufheid en concentratieproblemen geven, maar worden over het algemeen goed verdragen.

De arts zal op het moment dat een medicijn niet werkt steeds met u bespreken of u wilt kiezen voor een ander medicijn, of liever kiest voor een psychologische behandeling (indien u dit nog niet heeft geprobeerd). Het stroomschema op de volgende bladzijde kan duidelijk maken welke keuzes volgens de richtlijn aanbevolen worden. Aarzel niet om met de behandelaar over de voor- en nadelen van deze keuzes te praten. Het is immers belangrijk dat u de behandeling kiest die het beste bij u past. De behandelaar kan hierover met u meedenken.

Medicijnen: zwangerschap en borstvoeding
Tijdens een zwangerschap of tijdens het geven van borstvoeding zal men over het algemeen liever geen medicatie voorschrijven. Geadviseerd wordt om de angstklachten te verminderen door middel van een psychologische behandeling. Indien het echter onvoldoende lukt om de klachten hiermee onder controle te krijgen, dan kunnen medicijnen zeker worden overwogen. Van een aantal medicijnen is bekend dat de risico’s voor het kind laag zijn. Uw arts kan met u de voor- en nadelen bespreken.

Onze partners Nederlandse Studie naar Depressie en AngstNedKAD Silhouet