

Behandeling met medicijnen
In de hersenen zijn verschillende stoffen actief om ervoor te zorgen dat de verschillende delen van onze hersenen goed met elkaar communiceren. Deze stoffen worden ook wel ‘neurotransmitters’ of ‘boodschapperstoffen’ genoemd. Neurotransmitters die belangrijk zijn bij het regelen van gevoelens als angst en somberheid zijn onder andere serotonine en noradrenaline. Bij de sociale fobie zijn er aanwijzingen dat er sprake is van een verstoord evenwicht van deze stoffen. Er zijn diverse medicijnen die ervoor zorgen dat deze stoffen weer in balans komen. Medicijnen worden voorgeschreven door een huisarts of psychiater.
Bij een sociale fobie adviseert de richtlijn te beginnen met een medicijn uit de groep van de SSRI’s (zie verderop in de tekst voor uitleg). Vlak na het opstellen van de richtlijn bleek uit onderzoek dat ook het middel venlafaxine (merknaam; Efexor) een goed effect heeft bij sociale fobie. Daarom is in overleg met deskundigen besloten om ook dit middel in de onderstaande aanbevelingen mee te nemen. De verwachting is dat het middel venlafaxine in de volgende versie van de richtlijn die in 2008 uitkomt opgenomen wordt. SSRI’s en venlafaxine zijn ongeveer even effectief tegen sociale angstklachten. Wel zijn er enkele verschillen in de aard van de bijwerkingen. Uw arts zal u hierover uitleg geven als hij/zij u adviseert welk soort medicijn het beste bij uw situatie past. De twee soorten medicijnen worden hieronder besproken:
SSRI’s
De meest gebruikte medicijnen bij de behandeling van sociale fobie komen uit de groep van de SSRI’s (selectieve serotonine heropname remmers). SSRI’s behoren tot een groep medicijnen die ‘antidepressiva’ genoemd worden. Deze naam is een beetje verwarrend, omdat deze middelen net zo sterk tegen angstklachten als tegen depressieve klachten werken. De SSRI’s herstellen een normale activiteit van de neurotransmitter serotonine in de hersenen. Hoewel nog niet heel precies bekend is hoe deze medicijnen werken, wordt aangenomen dat door deze medicijnen de zenuwcellen die serotonine gebruiken minder overprikkeld raken waardoor de angst kan afnemen. De volgende medicijnen behoren tot de groep van de SSRI’s:
| Stofnamen | Merknamen |
| Paroxentine Citalopram Sertraline Fluoxetine Fluvoxamine |
Seroxat Cipramil Zoloft Prozac Fevarin |
Iets meer dan de helft van de mensen die last heeft van sociale fobie heeft baat bij een SSRI. Bij deze mensen vermindert de angst voor een groot deel waardoor zij zich ook weer makkelijker in sociale situaties durven te begeven. De klachten verdwijnen echter meestal niet helemaal. De richtlijn beveelt aan om tenminste één jaar met de medicatie door te gaan. Helaas komen de klachten na het afbouwen van de medicatie bij veel mensen weer (voor een deel) terug. Er is nog niet bekend of deze terugval kan worden voorkomen als men langer met de medicijnen doorgaat. De kans op terugval na afbouwen van de medicijnen is de belangrijkste reden dat aanbevolen wordt om in eerste instantie te kiezen voor een psychologische behandeling. Bij een psychologische behandeling is namelijk de kans op terugval na afsluiten van de behandeling minder.
De SSRI’s worden door de meeste mensen goed verdragen. Toch kunnen er met name in het begin bijwerkingen optreden. In de eerste weken kan er sprake zijn van misselijkheid, slecht slapen en sufheid of juist rusteloosheid. Deze klachten verdwijnen meestal binnen enkele weken. Klachten die als gevolg van het gebruik een SSRI op zouden kunnen treden en die meestal niet minder worden als men de SSRI langer gebruikt zijn veranderingen van de eetlust, een vertraagde of versnelde stoelgang, hoofdpijn en seksuele problemen (zoals minder zin in seks hebben, problemen met het krijgen van een erectie of het vochtig worden van de vagina en moeilijker klaarkomen). Indien u last van deze bijwerkingen heeft, bespreek dit dan met uw arts. Deze kan dan kijken wat eraan gedaan kan worden en of bijvoorbeeld de dosering verlaagd kan worden waardoor de bijwerking kan verminderen.
De SSRI’s zijn niet verslavend. Wel kunnen er zogenaamde ‘onttrekkingsverschijnselen’ optreden als de medicijnen te snel worden afgebouwd. Het kan daarbij vooral gaan om duizeligheid, trillen en slaapproblemen. Het is dan ook niet goed om in één keer met de medicijnen te stoppen; overlegt u hierover altijd met uw arts. De meeste mensen hebben geen last van onttrekkingsverschijnselen als de medicijnen langzaam worden afgebouwd.
De medicatie wordt langzaam, meestal in een periode van twee weken opgebouwd. De streefdoseringen per dag zijn: 30 mg voor paroxetine en citalopram, 20 mg voor fluoxetine en 150 mg voor sertraline en fluvoxamine. SSRI’s werken niet direct. Het duurt een aantal weken voordat de angst en onzekerheid gaat verminderen. Hoewel u in de eerste weken soms al een beetje kunt merken dat de klachten minder worden, is bij de meeste mensen pas na twaalf weken gebruik van de streefdosering duidelijk of het medicijn effect heeft op de angst en onzekerheid. Indien er voldoende effect is, zal de arts u adviseren om tenminste een jaar met de medicijnen door te gaan.
Indien er na twaalf weken gebruik van de streefdosering onvoldoende effect is, zal de arts meestal voorstellen om de dosering stapsgewijs te verhogen. Na iedere verhoging moet steeds tenminste vier weken worden afgewacht wat het effect van de dosisverhoging is. Indien u het medicijn niet goed verdraagt of helemaal geen effect heeft gemerkt na de eerste twaalf weken, dan zal de arts meestal voorstellen een ander medicijn te gaan gebruiken waarvan u naar verwachting minder last c.q. meer baat zult hebben.
Indien u een SSRI geprobeerd heeft, maar u merkte hiervan geen effect op uw klachten, dan zal meestal geadviseerd worden om over te stappen op venlafaxine. U kunt echter ook kiezen om met een ander SSRI te starten. Het kan namelijk heel goed zijn dat een ander SSRI wel effect heeft. Het is dus niet zo dat als één van de SSRI’s bij u geen effect heeft, de andere SSRI’s dit ook niet zullen hebben.
Venlafaxine (Efexor)
Een ander medicijn waar de behandeling van sociale fobie mee kan beginnen is venlafaxine (merknaam Efexor). Dit medicijn werkt net als de SSRI’s door het herstellen van een evenwichtige werking van de neurotransmitter serotonine in de zenuwcellen. Hiernaast beïnvloedt het ook de neurotransmitter noradrenaline. Het wordt daarom ook wel een antidepressivum met een dubbele werking genoemd. Het is overigens niet zo dat dit medicijn hierdoor ‘dubbel zo sterk’ werkt. Het is meer zo dat door het verschil in werkingsmechanisme het ene medicijn beter werkt bij iemand dan het andere. Helaas kunnen we van tevoren nog niet voorspellen voor wie welk medicijn het beste is. Als iemand bijvoorbeeld geen effect merkte bij gebruik van een SSRI, kan het goed zijn dat hij/zij dit bij venlafaxine wel merkt (en omgekeerd).
De bijwerkingen zijn globaal hetzelfde als bij de SSRI’s. Bij venlafaxine is er bij hogere doseringen kans op een lichte verhoging van de bloeddruk.
Venlafaxine kan gestart worden in een dosering van 75 mg per dag. Deze dosering is voor de meeste mensen voldoende. Deze dosering hoeft niet langzaam opgestart te worden, u start dus gelijk met de streefdosering. Als er na twaalf weken onvoldoende effect is, zal de dosering –indien u de medicatie goed verdraagt- stapsgewijs verder worden verhoogd. Na iedere dosisverhoging moet tenminste vier weken afgewacht worden wat hiervan het resultaat is. Indien er voldoende effect is, is het de bedoeling dat u tenminste één jaar met de medicatie doorgaat. Ook hier geldt weer dat indien er na de eerste twaalf weken geen enkel effect is, er overgestapt wordt op andere medicatie.
Overige medicijnen bij angstklachten: benzodiazepinen
Benzodiazepinen zijn kalmerende medicijnen. Zij verminderen angst en onrust, maar ook veel lichamelijke klachten die het gevolg zijn van angst. Voorbeelden van benzodiazepinen zijn: oxazepam (merknaam: Seresta), diazepam (merknaam: Valium) en alprazolam (merknaam: Xanax). Deze medicijnen werken via de boodschapperstof GABA (gamma-aminoboterzuur) die een angstdempende werking in de hersenen heeft. Omdat benzodiazepinen in tegenstelling tot de antidepressiva verslavend kunnen zijn, zijn deze middelen in de richtlijn geen eerste keuze. Deze middelen zijn echter wel geschikt om kortdurend te gebruiken, omdat de angstklachten direct verminderen. Er hoeft dus niet een aantal weken te worden gewacht voordat het effect merkbaar is. Indien u met een antidepressivum gaat starten en uw angstklachten moeilijk hanteerbaar zijn, kan de arts u voorstellen om in de eerste weken van het instellen op deze medicatie hiernaast tijdelijk een benzodiazepine te gebruiken. De benzodiazepine zorgt dan dat de angst verminderd in de tijd dat het antidepressivum nog niet voldoende werkt. Benzodiazepinen kunnen als bijwerking sufheid en concentratieproblemen geven, maar worden over het algemeen goed verdragen.
Medicijnen: zwangerschap en borstvoeding
Tijdens een zwangerschap of tijdens het geven van borstvoeding zal men over het algemeen liever geen medicatie voorschrijven. Geadviseerd wordt om de angstklachten te verminderen door middel van een psychologische behandeling. Indien het echter onvoldoende lukt om de klachten hiermee onder controle te krijgen, dan kunnen medicijnen zeker worden overwogen. Van een aantal medicijnen is bekend dat de risico’s voor het kind laag zijn. Uw arts kan met u de voor- en nadelen bespreken.
<< Terug | Volgende >>